(eerder gepubliceerd in Nouveau Magazine april 2011)
De zon schittert, de schaduwen zijn bijna zwart. Omdat ik resident ben, mag ik het stadje inrijden, door de vestingpoort. Stapvoets vervolg ik mijn weg naar boven langs de spierwitte huizen en parkeer op het plein voor het gemeentehuis. Want dat is hier gevestigd, in deze bijna uitgestorven gemeenschap. Samen met de belastingdienst en de notaris. Een slimme zet. Zo zit er overdag nog leven in Marvão en dat geeft hoop.
Het is tien uur. Ik heb een afspraak met burgemeester Vítor. Hij is nog niet zo lang geleden gekozen. Waarschijnlijk vanwege zijn Portugese staatsmanallure. Altijd omringd door mannen in krijtstreep pak en met zonnebril. De Godfather revisited. Om wantrouwig van te worden. Ik kom praten op uitnodiging over wat ik nog meer kan doen voor de gemeenschap naast het geven van yoga. Ik ben te vroeg, zegt de receptionist. Presidente Vítor is altijd laat. Zoals alle presidentes. Het grote wachten is begonnen. Gelukkig weet ik dat wachten niet echt bestaat. Voor mij is het quality time. Vanaf het rode leren stoeltje waarin ik zit, zie ik haar aankomen. Ze oogt vermoeid. Conceição de schoonmaakster is jong en tandeloos. Als ze me ziet verschijnt er een glimlach. Ze vraagt op wie ik wacht.
“Op de burgemeester.”
“Dan ben je veel te vroeg!”
Ik leg uit dat ik een afspraak heb.
“Dat zal wel. Hij is de chef hier en chefs beginnen altijd minstens een uur later dan hun personeel. En chefs werken nooit! Ze gaan koffie drinken, lunchen, koffie drinken, afspraak hier, afspraak daar en dan is de dag weer om. Verdade, echt waar!” Ze is ongemerkt wat sneller gaan praten en vergeet daarbij adem te halen.
Op dat moment hoor ik Vítor beneden. Ik hang over de reling van de trap en zie dat hij bij ieder bureau handen schudt, een praatje maakt en niet luistert. Na een hele tijd komt hij boven. We zoenen in de lucht, schudden handen, vragen naar de familie en nemen plaats in zijn werkkamer. Hij laat het uitzicht zien en vertelt over het feit dat deze Moorse vesting opgaat voor een nominatie op de Unesco Werelderfgoedlijst. Ik luister. Net als ik denk dat ons gesprek misschien toch nog interessant wordt, moet hij weg. We nemen afscheid. Ik loop naar buiten, ga langs het postkantoor en even later doe ik het café aan voor een koffie verkeerd. De eerste ogen die ik tegenkom zijn van Vítor. Hij staat al aan de bar voor zijn bica met een cheirinho, espresso met een geurtje. Een fractielang zie ik een onrustige blik in zijn ogen en dan is hij weer staatsman. Hij grijnst en gebaart naar de kastelein dat ik koffie wil en dat ik niet mag betalen. Dat doet hij, de Presidente. Zijn entourage knikt instemmend.


The sweet art of doing nothing at all… Maar dan WEL in stijl #presidente
Henk
Het duurde even, die handtekening van de Presidente onder een verklaring van inwonerschap. De presidente was er maar een paar uur per week op het gemeentehuis, tenzij er zich een speciale aangelegenheid voordeed. “Nee, hij komt overmorgen en dan zal hij de verklaring ondertekenen”, zei de geduldige vrouw achter het enige loket van het slechts drie kamers tellende gemeentehuis, bij onze vierde poging. “Que pena”, zouden we denken als we de Portugese taal destijds al hadden verstaan.
De problemen aan onze haperende autoverlichting had de Presidente, de dag daarop, echter binnen een half uurtje verholpen….. Gekozen Burgermeester.